** De Vijf en het verlaten huis - Reader**



Inhoudsopgave:

Hoofdstuk 0: Vanaf het begin
Hoofdstuk 1: Weer terug op Kirrin.
Hoofdstuk 2: Een onverwachte wending.
Hoofdstuk 3: Op weg naar het donkere bos.
Hoofdstuk 4: Vreemde dingen.
Hoofdstuk 5: Bram en Eleor.
Hoofdstuk 6: Gebeurtenissen in de nacht.
Hoofdstuk 7: Er gebeurt een boel rond 'Zonnehoven'!
Hoofdstuk 8: In het grote huis.
Hoofdstuk 9: Onderdanen van Bram!
Hoofdstuk 10: Een spectaculaire ontsnapping.
Hoofdstuk 11: Waar is iedereen?
Hoofdstuk 12: Weerzien op het politie-bureau.
Hoofdstuk 13: De ontknoping van alle gebeurtenissen.
Hoofdstuk 14: Het einde


Hoofdstuk 8: In het grote huis.


Wat was ondertussen met de kinderen gebeurd? Dick, Julian en Annie waren gevangen genomen door de mannen. De mannen brachten hun het grote huis in en lieten hun alleen in een kamer. De deur ging op slot.
Met angstige ogen keek Annie om zich heen.
"Ik vind het niet prettig hier," zei ze. "Moet je kijken wat een stof!"
Inderdaad lag in de kamer een dikke laag stof. Het was een oude bijkamer van het huis. Vroeger hadden hier meubels gestaan, maar die waren al lang geleden weggehaald. Nu was de kamer kaal. Alleen een dikke laag stof bedekte de vloer.
Julian legde zijn arm om de schouders van zijn zusje. "Ik heb nog een schone zakdoek bij me. Als je wilt, kun je daar wel op zitten."
Voorzichtig, zodat het stof niet te veel zou opwaaien, gingen de drie kinderen op de grond zitten. En toen begon het wachten. Julian, Dick en Annie waren stil. Ze hadden geen zin in praten. Verveeld keken ze voor zich uit. Zo ging een flinke tijd voorbij.
Dick keek naar buiten, en toen naar de ramen. De kamer had grote, hoge ramen, die uitkeken op het bos.

"De ramen zullen wel dichtgezet zijn, Dick," zei Julian die Dick zag kijken.
"Ik weet het niet," antwoordde Dick. "Ik ga toch even kijken."
Heel voorzichtig stond hij op en liep toen naar de ramen. Waar hij liep waaide het stof op. Annie voelde al een niesbui opkomen. Nu was Dick bij de ramen. Nauwkeurig onderzocht hij de kozijnen. Toen trok hij plotseling aan de onderste helft ervan, en tot zijn verbazing kon hij het raam zonder moeite omhoog schuiven! Hij gaf een zachte kreet. Julian en Annie keken verrast toe.
"Nou ja," zei Julian verbaasd terwijl hij ook opstond en naar het raam toeliep. "Dat is ook slordig. Sluiten ze ons op, en dan laten ze het raam open."
"We kunnen zo ontsnappen," zei Dick. "Kijk maar, naar het bos is het maar drie meter."
"Dat gaan we doen," antwoordde Julian. "Maar kijk eerst goed, of de kust veilig is."
Voorzichtig stak Dick zijn hoofd uit het raam en keek alle kanten op.
"Niemand te zien," rapporteerde hij.
"OK," antwoordde Julian. "Dan ontsnappen we. Vlug, voordat iemand komt!"

Soepel klom Dick uit het raam. Van vlakbij klonk onverwachts een zacht fluitje. Maar Dick herkende het fluitje. Dat was George!
"Daar is George!," zei hij verheugd tegen Julian achter hem. "We hebben haar gevonden!"
George kwam vanuit de bosjes op het raam toehollen. Timmy was bij haar. Hij danste van vreugde toen hij Dick zag.
"George!," zei Dick verheugd.
"Sst," antwoordde George. "Hier gebeuren rare dingen. Zijn Julian en Annie daar ook? Mooi. Wees snel. We moeten maken dat we wegkomen."
Dick stond nu buiten. Dolgelukkig sprong Timmy tegen hem op. Nu begon Annie uit het raam te klimmen. Maar toen gebeurde er helaas iets vervelends.
Onverwacht klonk van langs het huis een schreeuw. "Hé, wat gebeurt daar?"

Annie schrok geweldig, en stond van schrik stil. George en Dick keken op, alleen Timmy ging door met het aanhalen van Dick.
Van opzij kwam een man aangerend. Achter hem rende een tweede man.
"Kom!," zei George. Ze draaide zich om en rende weg. Ook Dick rende weg met Timmy achter zich aan. Julian schatte de situatie in. Hij en Annie konden niet meer vluchten. Daarvoor was het nu te laat. Hij trok Annie terug naar binnen, en sloeg beschermend een arm om haar heen. De mannen renden langs hen heen. Ze gingen Dick en George achterna.

George en Dick rende naar de bosjes toe, maar de mannen waren snel. Ze naderden en George voelde hoe ze werd vastgegrepen.
"Laat me los!," gilde ze. Ze schopte en sloeg en probeerde op alle mogelijke manieren om los te komen. Maar de mannen waren sterk en grepen haar vast.
Timmy merkte dat er iets met zijn bazin was, hij keerde zich om en rende naar de mannen toe. Een diep gegrom kwam uit zijn keel. Hoe durfden die twee mannen zijn bazin zo te behandelen! Hij zou ze wel eens een lesje lezen!!

De mannen zagen Timmy komen, en werden bang.
"Die hond," zei een van hen tegen de ander. "Moet je kijken hoe agressief hij is."
De andere man kon al geen antwoord meer geven. Timmy was al bij zijn benen. Daar zonken de tanden van de hond diep in de man's enkel. Hij gilde het uit van de pijn.
"Goed zo!," schreeuwde George die de man's greep voelde verslappen. "Goed zo, Tim!. Bijt ze! Bijt ze maar goed!"
Timmy was met de ene man bezig, maar de andere man had George ook nog vast. Deze riep luid: "Bram! Bram, kom hier! Je hond is gek geworden!"
De mannen dachten allebei dat de hond Eleor was. Ze wisten helemaal niet dat het een andere hond was!
Bram kwam haastig aangrend, en achter hem kwam zijn oom. De grote man keek heel misprijzend toen hij het tafereel zag. Vanuit zijn colbert haalde hij zijn revolver tevoorschijn.
"Tim, stop!," riep George direct toen ze het zag. "Stop!" Ze werd nu best wel bang. Ze wilde niet dat met Tim iets zou gebeuren.

Gelukkig gehoorzaamde Tim haar meteen. Bram kwam op hem afgerend. "Kom Eleor," zei hij. "Kom vlug mee naar de keuken."
Hij pakte Timmy bij zijn halsband beet en wilde hem wegtrekken. Timmy keek naar George en in zijn ogen lag een zielige blik. Moest hij nu echt stoppen met vechten? Hij was zo lekker bezig geweest! George had pijn in haar hart, maar vlakbij stond Bram's oom met de revolver, en George wilde geen risico lopen. Ze knikte. Timmy werd nu rustig. Bram trok hem mee naar achter het huis, en de hond volgde hem gehoorzaam. Maar zijn staart hing slap tussen zijn poten, en je kon uit al zijn bewegingen opmaken dat hij dit niet leuk vond!
George keek Timmy met een verdrietige blik na. Toen keek ze op naar de man die Bram's oom was. Maar de man zag haar niet. Hij was boos bezig de twee mannen te ondervragen.
"Wat is dat?," vroeg hij boos. "Bijna waren de kinderen ontsnapt!"
De twee mannen keken schaapachtig naar hun leider op.
"Sorry," mompelde een van hen. "We wisten niet dat de ramen van die kamer open konden."
Bram's oom zuchtte. "Breng ze naar de kelder," beval hij. "Alle drie."

"Zet ze maar in de kelder bij Antonio."
De twee mannen mompelden een gehoorzaam antwoord en gingen toen met George naar de voordeur van het huis. Bram's oom vatte post voor de ramen van de kamer waarin Julian en Annie zaten. Met boze blik keek hij naar binnen.
"Vervelende kinderen," zij hij boos tegen de verschrikte Annie. "Jullie hadden hier niet moeten zijn."
Niemand dacht meer aan Dick. Bram's oom had Dick niet zien wegrennen, en dacht dat George Dick was. De twee mannen, die George nu naar binnen brachten, hadden Dick wel gezien. Maar door het standje van hun baas, waren ze hem vergeten. Toen ze weer aan hem dachten was het te laat. Ze besloten de baas niets van Dick te vertellen. Ze hadden geen zin in nog een standje.
"We laten Eleor hem wel zoeken," zei de een tegen de ander. "Volgens mij zat hij net ook al om die kinderen heen te dansen."




Binnen in het huis werden George, Julian en Annie naar beneden gebracht. Ze moesten een trap aflopen die achter in de grote hal begon en naar de kelders liep. Beneden aan de trap waren drie deuren. Daar was Bram's oom ook weer. Hij haalde een grote bos sleutels te voorschijn en opende een van de deuren met een grote, ouderwetse sleutel. Voor de kinderen zwaaide de deur open. Er kwam een donkere, muffe ruimte zichtbaar. Alleen een brandende kaars verspreidde wat flauw, flikkerend licht. De kinderen zagen een ruw houten tafel, en wat stoelen. Toen duwden de mannnen hen naar binnen.
George, Julian en Annie vielen bijna de kamer in. Achter hen werd de deur weer gesloten, en ze hoorden hoe het de sleutel in het slot werd omgedraaid.
Het was schemerig in de kamer, de kinderen moesten nog aan het flauwe licht wennen. Pas toen hun ogen aan het kaarslicht waren gewend, zagen ze dat ze niet de enige in deze ruimte waren.
Achter de deur stond een laag bed met vieze dekens erop. En op dat bed lag een man!




Verbaasd duwde Julian de meisjes wat achter hem. Hij zag dat de man wakker was, en besloot hem aan te spreken.
"Goededag," zei hij daarom. "Het spijt ons dat we u hier storen."
De man had zijn ogen dicht maar nu opende hij ze verbaasd.
"Ben jij dat Bram?," vroeg hij met een schorre, zwakke stem. "Ik ben helaas nog niet beter."
Julian deed een stap in de richting van de man.
"Ik ben niet Bram," antwoordde hij. "Mijn naam is Julian. Mag ik vragen wat uw naam is?"
De man hief verbaasd zijn hoofd op en keek Julian aan.
"Julian?," herhaalde hij verbaasd. "Bent u een vriend of een vijand?"
"Wij zijn ook gevangenen," antwoordde Julian.
Hier moest de man even over nadenken. Het werd stil in het kleine keldertje. Toen rolde de man met zijn ogen.
"Dus je bent niet een van hen?," vroeg hij met onvaste stem.
"Nee," antwoordde Julian flink. "Kunt u ons vertellen wie u bent?"
"Mijn naam is Antonio," antwoordde de man. "Ik ben de eerste minister van mijn land. Maar ik ben gevangen genomen."
Hij kreunde en ging verliggen. Hij had pijn.

Even was het stil in de kamer.
"Waarom hebben ze jullie gevangen genomen?," vroeg de man toen.
"Wij logeren hier vlakbij," antwoordde Julian. "We kwamen per ongeluk te dicht bij dit huis, en nu zijn we gevangen genomen."
"Ellendige kerels," mompelde man. "Ik wilde dat het eens ophield."

"Wat is er dan aan de hand?," vroeg Annie nieuwsgierig.
"Die Egbert Zankona wil de macht in mijn land hebben," antwoordde de man vanaf zijn bed. "Hij heeft onze koning gechanteerd. Alleen ik kan hem nu nog tegen houden. Maar hij heeft mij ontvoerd. Hij wil dat ik mijn tegenbewijs voor zijn chantage vernietig, en daarom zit ik hier. Maar ik geef niet toe. Hij foltert mij en hongert mij uit. Maar ik geef niet toe. Liever ga ik dood dan mijn land te verraden."
"Wat is dat bewijs?," vroeg George.
Maar tot haar teleurstelling schudde de man met zijn hoofd.
"De chantage is heel ingewikkeld," antwoordde hij. "Ik kan het jullie niet uitleggen. Ik ben moe en ben een ziek man. Maar neem alsjeblieft aan dat die Egbert Zankona een schurk is."
"Is dat Bram's oom?," vroeg Annie.
"Bram," antwoordde de man. Er trok een rilling over zijn lichaam, en hij moest even stoppen met praten. Toen ging hij verder.
"Bram is een zielige jongen. Die Egbert is helemaal niet zijn oom. Bram is van veel betere komaf. Maar zijn ouders zijn dood. Na hun dood heeft Egbert de jongen meegenomen, en heeft hem allerlei onzin ingefluisterd."

"Alsjeblieft, jullie moeten het Bram vergeven als hij soms rare dingen vertelt. Hij weet niet beter. Hij komt soms met mij spelen. Het is een lieve jongen. Maar het ruwe gedrag van Egbert begint nu ook sporen bij hem achtergelaten. Het is jammer."
De kinderen waren verbaasd dit te horen, en ergens ook wel blij dat die Egbert Zankona niet Brams echte oom was.
De man op het bed wilde nog meer vertellen, maar zijn stem stokte. Er kwam een enorme hoestbui op. De man begon te hoesten om de kriebel kwijt te raken. Maar dat lukte niet meteen. Het duurde een hele poos, en toen was hij uitgeput en kon niets meer zeggen.
Stil gingen de drie kinderen op de stoelen rond de tafel zitten.
"Hier zitten we dan," fluisterde Julian tegen de ander. "En ik moet zeggen, het ziet er niet fraai uit."
"Ik hoop dat Dick kan ontsnappen, en hulp kan halen," antwoordde Annie.
"Sst," waarschuwde Julian fluisterend. "Noem Dick's naam niet hardop. Niemand mag weten dat hij nog vrij is. Praat alleen fluisterend over hem."

Annie ging nu ook over tot fluisteren, en fluisterend spraken de kinderen alles door. George vertelde de anderen nu waarom ze vannacht was verdwenen en wat ze had meegemaakt.
"Ze namen Timmy gewoon mee!," fluisterde ze verontwaardigd. "Ze hadden hem verdoofd, en namen hem in hun armen mee. Ik moest ze wel volgen!"
Ook Julian en Annie vertelden hun verhaal.
Toen ze daarmee klaar waren, klonk ineens gerommel aan de deur. Verrast keken de drie kinderen op. De deur zwaaide open en een klein figuurtje kwam de kelder in. De drie kinderen herkenden hem meteen. Bram !


Volgend hoofdstuk:
Hoofdstuk 9:
Onderdanen van Bram!

Overzicht verhalen
Informatie & voorwaarden
Home
Aanwezige users:


Niet ingelogd



Anno 2012
Pages created by nanny