** Twee wegen en een driesprong - Reader**



Inhoudsopgave:

Hoofdstuk 0: Vanaf het begin
Hoofdstuk 1: DEEL 1 -Dominic en ik-
Hoofdstuk 1: Ups and downs
Hoofdstuk 2: My heart will go on and on...
Hoofdstuk 3: De opening van mijn ogen
Hoofdstuk 4: Gestoorde jongens
Hoofdstuk 5: Linde
Hoofdstuk 6: Mijn dagboek
Hoofdstuk 7: De extase van een wedstrijd
Hoofdstuk 8: Een avontuurlijke avond
Hoofdstuk 9: I'm losing control
Hoofdstuk 10: Gebroken
Hoofdstuk 11: Gala en Linde
Hoofdstuk 12: War in my life
Hoofdstuk 13: Overwinning
Hoofdstuk 14: Stan
Hoofdstuk 15: Overweldiging
Hoofdstuk 16: Een pijnlijke bekentenis
Hoofdstuk 17: Starende ogen zijn verliefd
Hoofdstuk 18: Eén na laatst
Hoofdstuk 19: Bericht aan Dominic


Hoofdstuk 10: Gebroken


Ik werd wakker van een hard geluid. Wat was dat? Daar was het weer. Bonk, bonk.
Ik schoot overeind. Wat was dat? Dieven?
“Doe normaal,” zei ik tegen mezelf. Dieven maken geen hard geluid. Waarschijnlijk is het gewoon papa.
Bonk, bonk.
Ik hield het niet meer. Ik moest gaan kijken. Ik duwde mijn deken weg en opende de deur van mijn kamer. In de deuropening bleef ik even stilstaan. Nu hoorde ik niets meer.
Bonk, bonk. Weer! Voorzichtig liep ik door de gang. De tegels waren koud en al helemaal met blote voeten was het erg. Op mijn tenen liep ik naar de achterdeur. De buitenlamp was aan. Voor de ruitjes zag ik de contouren van een persoon. Ik deinsde achteruit. Wie was dat?
Toen de persoon mij zag, stak diegene zijn hand op. Ik overwon mijn angsten en liep naar de deur. Ik drukte mijn neus tegen de ruitjes. Wie was dat?
Ricardo!


Pf, had ik daar zo bang voor moeten zijn? Ik had wel erger meegemaakt. Mijn broer Kevin bijvoorbeeld, die was een keer tegen mijn slaapkamerraam gaan bonzen. Dat was pas eng. Waarschijnlijk had papa de deur op slot gedaan – per ongeluk. En er niet aan gedacht dat Ricardo nog niet thuis was.
Hoe laat was het eigenlijk?
Op dat moment begon de grote klok in de kamer te slaan. Ding, dong…
Twee uur? Wat deed Ricardo zo laat?
Ik herinnerde me dat hij was gaan zaalvoetballen. Normaal was hij om half elf thuis. Wat was er gebeurd, dat hij zo laat was?
Al die gedachten vlogen door mijn hoofd. Toen kwam ik tot het besef dat Ricardo nog steeds voor de deur stond. Een gesloten deur. Hij zag er ongeduldig uit.
Gauw opendoen.
Ik draaide de sleutel om. Ik deed de deur open en wilde al weer naar mijn kamer lopen. Ricardo zocht het voor de rest zelf maar uit.
Maar hij riep me terug. ‘Wacht even!’
Ik draaide me om. Verbaasd keek ik toe hoe hij nog niet binnen was gekomen!
Eindelijk kwam hij in beweging.


‘Stond je al lang te wachten?’ vroeg ik.
‘Eventjes…’
Hij kwam de gang in. Tik, tak.
Tik tak? Wat nou weer?
Krukken?
‘Wat heb je nou weer gedaan?’
Ricardo kreunde. ‘Zeg ik zo wel… wil je even de deur dicht doen?’
Ik knikte en schoof langs hem heen. De wind waaide mijn haar door de war.
Koud! Vlug sloot ik de deur.
‘Hé, zeg es. Wat heb je nou uitgevoerd?’
‘Been gebroken.’
‘Been gebroken?’ vol verbazing keek ik hem aan. ‘Hoe heb je dat geflikt?’


‘Met voetbal maakte ik een nogal rare sliding.’
‘Sukkel. En toen?’
‘Ze hebben me naar het ziekenhuis gebracht en daar moest ik eerst nog heel lang wachten. En toen hebben ze het gips er om heen gedaan.’
‘Hoe lang moet je dat gips?’
‘Als het goed gaat, mag ik volgende week loopgips. Maar dat moet er wel heel lang om. Ook omdat het dus de tweede keer is.’
Ik knikte. Ricardo had een jaar geleden hetzelfde been gebroken. Dat was toen hij nog bij ons naar school ging. Plotseling besefte ik dat Dominic in die tijd ook al op school had gezeten. Zouden ze elkaar kennen? Dat zou wat zijn!
‘Gaat het voor de rest lukken, denk je?’ vroeg ik Ricardo.
‘Oh… jawel. Het enige wat ik nu nodig heb is een bed.’
‘Nou… welterusten, dan.’


Juist toen ik naar mijn kamer liep kwam mijn moeder haar slaapkamer uit.
‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ze. ‘Ricardo, waarom ben jij zo laat thuis?’
Ricardo kon nog net een boze woordenwisseling vermijden.
‘Ma, ik heb mijn been gebroken.’ Haar mond klapte dicht. Stiekem grinnikte ik. Lekker puh. Ik kon niet zo goed met mijn moeder overweg. Altijd had ze wat te zeuren, ook al wist ze totaal niet wat er was. Net als nu.
Nee, ik kon beter met mijn vader. Maar de laatste tijd was die niet meer zoveel thuis. Hij moest veel rijden voor zijn werk en kwam daarom laat thuis. En als hij er was, zat hij achter de computer. Tja.
‘Hé, ik ga weer naar bed.’
Mijn moeder reageerde niet, maar Ricardo wenste me een goede nacht.
Zo gauw als ik kon kroop ik weer onder de dekens. Die waren al helemaal koud geworden. Ik rilde en kroop in elkaar.
Mijn gedachten vlogen weg naar het voetbaltoernooi.


Oh, Dominic. Hij had zo goed gespeeld! Ik liet alle passages als een film voorbij komen. Hij was zo… ja, wat eigenlijk? Wat trok me zo aan in hem?
Zijn uiterlijk? Hoe hij deed?
Ik wist het eigenlijk niet. Gewoon, hem helemaal.
Mijn gedachten gingen verder naar de rest van de avond. Met z’n vijftienen op de stoep. Nú kon ik er om lachen.
Eindelijk was er verlossing gekomen. De vader van Yannick had ons opgehaald. Met z’n allen in één auto. Wat een lol was dat geweest.
Maar toen ik thuis kwam, was het heel wat minder lollig. Ruzie met mijn moeder, omdat ik zo laat thuis was – wat eigenlijk best meeviel.
Maar ach. Dat was nu allemaal verleden tijd.
Langzaam viel ik in slaap.




De volgende dag was een dag vol tegenvallers.
Het begon al ’s ochtends, toen ik de bus had gemist. Op school aangekomen moest ik een uur nakomen, omdat de conciërge mijn argumenten niet wilde horen. Volgens hem had ik gespijbeld – terwijl ik er echt niets aan had kunnen doen.
Dat betekende twee uur nakomen, volgens hem.
En juist die middag had ik de laatste twee uren vrij. Ik was daar zo blij mee geweest! Ik had namelijk geen enkel uur standaard vrij. Ik had alleen vrij als er een vak uitviel. En nu kon ik die twee uurtjes weer inleveren. Terwijl ik om kwart voor drie thuis had kunnen zijn!
Het derde uur kwam mijn leraar Frans op het idee om een leestekst te geven, voor een cijfer. Nou, daar ben ik zó slecht in. Weer een één, natuurlijk.
Om een uur ging iedereen naar huis. Behalve ik. Daar zat ik dan.
Ik moest in m’n eentje in de schoolstraat eten. En ik had ook niet het geluk dat Dominic vrij had.


Ik had hem de hele dag al niet gezien, wat mijn humeur er niet beter op maakte. Zou hij ziek zijn?
Na het eten meldde ik me bij de conciërge. Het schoolreglement overschrijven. Alleen het idee al. Nou ja, beter dan papiertjes prikken. Dan zag iedereen je.
Twee uur schrijven. Vreselijk. Hadden ze geen betere straffen?
Het reglement was echt saai. In het hele schoolgebouw wordt geen kauwgom gegeten. Enzovoort, enzovoort.
Ik was blij toen de bel ging en ik mijn blaadjes in kon leveren. Nu gauw naar de bus. Regen. Heerlijk, dacht ik met het nodige sarcasme.
Ik plofte in de bus. Hadassa had laatste drie. Nóg leuker.
Van mijn leeftijd alleen jongens en voor de rest van die irritante eersteklassertjes.
Oh nee, Linde was er ook. Maar ja. Daar had ik nog steeds ruzie mee. Zij weigerde gewoon naast me te zitten – nou, prima.



Onder het eten kwam mijn vader met zijn nieuwe zakenreis op de proppen.
‘Ik moet naar Mexico,’ zei hij.
Er viel een zware stilte. ‘Al wéér?’
‘Ja…’
‘Voor hoe lang?’ vroeg Ricardo.
‘Drie weken.’
‘Drie weken?’ echode ik. ‘Zoveel?’
Drie weken zonder papa. Dat betekende dat ik drie weken met mijn moeder was. Oh nee. Dat leidde geheid tot problemen. Dat kon ik op mijn vingers natellen. Drie weken! Dat was bijna een maand!
Maar het ergste moest nog komen. ‘Ik kom op woensdagavond thuis. En donderdagochtend moet ik weer weg.’
‘Waarheen?’
‘China.’
Mijn mond viel open. ‘Doe normaal zeg! China? Echt?’
‘Ja, voor twee weken.’


Twee weken. Drie plus twee. Vijf weken. Vijf weken met mama. Oh nee, oh nee.
‘Wat moet je daar allemaal doen dan?’ vroeg Evi.
‘Tja… gesprekken met een paar zakenlui. Bedrijven bezoeken.’
‘Ook in Mexico?’ vroeg Jurrian. ‘Daar heb je toch geen drie weken voor nodig?’
‘Nee, daar heb je gelijk in. Maar ik moet een taalcursus Spaans volgen.’
‘Waarom dat nou weer?’ vroeg Evi korzelig.
‘Dan kan ik beter contacten leggen met de bevolking. Bovendien, al onze collega’s daar praten Spaans.’
‘Dus moet jij naar Mexico om Spaans te leren. Denk je dat je dat in drie weken lukt?’
‘Twee. Die andere week moet ik bedrijven bezoeken.’
‘Waarom doe je dat niet gewoon in Nederland?’ vroeg ik. ‘Waarom volg je niet gewoon hier en cursus? Je bent slim genoeg.’
‘O ja? Je leert het meeste van praktijk.’
‘Ja, nou en? Dan skype je toch een keer met die kerels,’ stelde ik voor.
‘Nee… om het echt te leren moet je ondergedompeld worden in de Spaanse cultuur.’


Ricardo trok zijn wenkbrauwen op en zei alleen: ‘Ja ja…’
Zwijgend aten we verder. Vijf weken. Vijf weken! Dat was vreselijk veel!
En Ricardo, die meestal de vrede bewaarde, moest ook weer weg. Morgen zou hij weer naar zijn kamer gaan. Hij woonde namelijk op kamers en was alleen hier omdat hij een gebroken been had.
Dan was ik dus alleen met Evi, Jurrian én mama. Dat zou nooit goed gaan. Nooit.

Die avond kauwde ik gedachteloos op mijn chocoladeletter. Ik had deze avond al een hele poot opgegeten van de pure M.
Ik was eigenlijk kotsmisselijk, maar moest gewoon iets doen. Het werd steeds erger. Eerst Dominic, toen papa weg…
Ik wist niet dat er een nog zwartere wolk boven mijn hoofd hing…
Waarom had ik juist nú ruzie met Linde?
Ik wilde naar haar toe rennen, door de regen. Ik wilde dat ze me vast zou houden – in plaats van Dominic. Misschien dat ik dan in ieder geval een beetje warmer zou worden van binnen. Ik wilde dat iemand me aandacht gaf. Een klein beetje maar.


Waarom was ik zo anders dan Evi? Die stikte van de vrienden. Waarom ik niet?
Juist ik, die zoveel liefde nodig had?
Hoelang was het geleden dat iemand had gezegd dat die van me hield?
Ik wist het niet meer. Echt niet meer.
Ik hoorde zacht gepiep. Jurrian?
Als hij maar niet irritant ging doen. Hij liep voorzichtig naar mijn bed.
‘Stom hè, dat papa weggaat.’
Hij tilde mijn deken op en kroop eronder. Ik trok hem dicht tegen me aan, maar zweeg. Ik was bang dat ik mijn mond voorbij zou praten als ik nu ging praten. Of dat ik ging huilen, of zo.
‘Jurrian.’
Hij kroop dicht tegen me aan. ‘Ik wil niet dat papa weggaat! Papa leert me Latijn – en nog veel meer. Ik weet dat het maar vijf weken is, maar weetje, het is zoveel!’


Hij barstte in snikken uit. Was Jurrian echt nog maar acht?
Hij leek veel ouder dan zijn acht jaren. ‘Leert papa jou Latijn?’
‘Ja… ik verveel me op school.’
Hij verveelt zich op school? Hij had een klas overgeslagen!
De deur vloog open. ‘Jurrian! Kom daar eens vandaan!’ mama. Natuurlijk. Ik wist dat het voortaan elke dag zo zou zijn.
‘Jurrian, wat doe je daar allemaal? Kom eens onder die deken vandaan!’
Langzaam kwam Jurrian overeind en sloeg de deken weg. Ik haalde mijn hand door zijn rode haar. ‘Je kunt het,’ fluisterde ik zacht.
‘Kom jij ook maar meteen mee. Er is koffie.’
Ik knikte en volgde Jurrian naar de deur. In de kamer zat papa met een ernstig gezicht. Wat was er nou weer aan de hand?
‘We moeten jullie wat vertellen.’
We moeten jullie wat vertellen!? Wat nu weer?
Ricardo grinnikte. ‘Krijgen we een broertje of zusje?’ zei hij op een kinderachtig toontje.
‘Doe niet zo dom, Ricardo!’ Jurrian gaf hem een duw tegen zijn schouder. ‘Ik vind vier broers en twee zussen al meer dan genoeg.’
‘Ja…’ zei Ricardo. ‘Want dan blijf jij de jongste… en de meest verwende.’


Ik wist dat hij dat zei om de spanning een beetje weg te krijgen. Ik wilde weten wat er aan de hand was. Waarom keek papa zo raar? Waarom had mama ook al zo’n ernstig gezicht? Was er iets gebeurd?
‘Zeg nou maar,’ zei Evi ongeduldig. Zeg nou maar? Ik wilde het niet horen! Zeker weer zo’n stom bericht…
‘Kinderen…’
‘Ik ben al negentien,’ kwam Ricardo er tussen door.
‘Ricardo!’ mama’s stem klonk vlijmscherp. Anders zou Ricardo dat nooit doen, maar nu hield hij abrupt zijn mond dicht. Ze knikte naar papa. ‘Ga verder.’
‘Nou… het is nog niet zeker, maar Guido en Nynke denken erover om naar Afrika te verhuizen.’
Afrika? Guido en Nynke?!
Gilan! En Elvira en Sam! Naar Afrika?! Nooit! Dat kan niet!
‘Wa-waarheen dan?’ vroeg Evi met een trillende stem.
‘Afrika, zegt pa toch,’ zei Ricardo.


Jurrian zond hem een vernietigende blik. ‘Ze bedoelt natuurlijk welk land!’
Was ik nu echt de enige die dit erg vond? Waarom maakten ze allemaal grapjes? Hadden ze nu echt niet door wat er hier gebeurde – mijn broer en die lieve kinderen gingen weg. Elvira, Gilan!
Ze hadden vijf jaar bij ons gewoond. Vijf jaar. Ik had Gilan en Elvira op zien groeien en hoopte dat ook bij Sam te zien. Maar nu gingen ze weg.
Gilan… dat lieve ventje met zijn rode lokken. En Elvira.
Ik weet nog, die ene avond dat ik op ze moest passen. Elvira was wakker geworden en ik had haar vast gehouden. Ze was zo lief geweest. Ze had op mijn schoot gezeten, met haar hoofd op mijn borst en haar handjes om mijn middel geslagen.
En nu gingen ze weg.


Diep in mijn hart gaf ik ze groot gelijk.
Weg van mama. Ik wist dat ik dat ook het liefste deed. Mijn oude plan begon te borrelen. Mijn plan begon weer te leven. Het liefste zou ik weggaan.
Papa verbrak de stilte. ‘Ze gaan naar Kenia. Als ze gaan. Er is nog niets zeker. Het is alleen nog maar een voorstel. Maar wel een heel aantrekkelijk voorstel voor Guido.’ Hij keek me doordringend aan. Speciaal mij. Waarom?


‘Hoe lang?’ mompelde ik.
Papa keek me vreemd aan. Begreep hij me niet? ‘Hoe lang…’ verduidelijkte ik. ‘Hoe lang gaan ze daar wonen?’
‘Er is nog niets zeker. Ja? Misschien blijven ze wel gewoon hier.’ Dat willen ze helemaal niet. Ze willen juist weg. En dat begrijp ik heel erg goed. Was ik maar achttien. Dan was ik volwassen – en ik zou meteen weggaan.
‘Maar ze willen in ieder geval niet dat Gilan en Elvira de puberteit daar doorbrengen. Dus, laten we zeggen… hoogstens tien jaar.’
Tien jaar? Dat is vreselijk veel! Nog veel meer dan die vijf weken van papa’s zakenreis. Ik dacht helemaal niet aan die zakenreis. Dit was veel en veel erger.
Waarschijnlijk begreep papa mijn verwarring, want hij zei: ‘Hij moet daar een bedrijf opbouwen en het is de bedoeling dat hij dat later overgeeft aan de Kenianen. En hij kan niet zomaar na een jaar dat bedrijfje weer in de steek laten. Nee, dat wordt echt wel tien jaar.’
Ik stond op. Wegwezen. Weg. Heel hard rennen.
Ik wilde naar buiten rennen, de regen en hagel in. Zou me niks kunnen schelen. Als ik maar weg was. Ik kon dit niet!

Ik herinnerde me die ene keer dat ik ook was weggevlucht van mama. Ik had tot tien uur in het bos gezeten. Nynke was naar me toe gekomen, met Guido. Zij hadden me gevonden. Mama was me niet eens kwijt geweest. Nou ja, ze wist wel dat ik weg was. Maar het kon haar niets schelen. Het brak mijn vertrouwen.
Guido had me gevonden en was met Nynke naast me gaan zitten. Heel lang hadden we daar gezeten. En Guido had gezegd: “Als je even weg wilt… kom naar ons toe. Ga voor mijn part op de zolder zitten in ons huis. Dan ben je tenminste onderdak en het is er warmer ook.” Hij had er een grapje van willen maken.
Maar ik wist toen dat ik van hem hield. Leonard was mijn favoriete broer, maar toen wist ik dat ik ook van Guido hield. Alleen op een andere manier.
Die nacht had ik bij hun geslapen, op de bank. En nu gingen ze naar Kenia.



Kenia. Dat was vreselijk ver weg!
Oh nee. Ik hoopte hevig dat ze nooit op het voorstel zouden ingaan. Toch, ergens diep in me, wist ik het. Ze zouden gaan. Geen twijfel mogelijk. Dit was een oude droom van Guido. Hij zou gaan. Voor mij stond het al vast. Toch hoopte ik dat ze niet zouden gaan. Tien jaar… ergens was het de schuld van mijn ouders. Zij waren in Afrika gaan wonen. Guido had vanaf zijn tweede tot zijn dertiende – net als ik – in het buitenland gewoond. In Afrika. En ik in Albanië.
Ik wist dat Afrika hem trok. Geen wonder; het was net zoals Albanië mij trok. Als ik zo’n voorstel had gekregen, alleen dan voor Albanië, ik zou direct “ja” zeggen. Twee vliegen in één klap: en weer terug naar Albanië en weg van mijn moeder. Misschien wilde ik dat laatste nog wel het liefste. Ik kon mijn moeder echt niet uitstaan.


Ik liep naar de gang en trok mijn laarzen aan. Ik gooide de deur open en rende naar het huis achter ons. Het was ijskoud – het kon me niets schelen.
Tsaro, de hond van Guido en Nynke, wachtte me op bij de deur. Toen ik de deur open deed, wilde hij naar binnen glippen, maar ik duwde hem weer naar buiten.
In de keuken stond Nynke. ‘Nynke?’
‘Hallo!’ zei ze opgewekt. ‘Kom je even gezellig kijken?’
Ik knikte. Wist ze niet dat papa en mama ons het al verteld hadden?
Ik liep de woonkamer in en plofte naast Guido neer op de bank. Guido zat voetbal te kijken op NOS. ‘Hoi zusje.’
‘Hoi.’
Hij zette zijn laptop op de tafel. ‘Hebben pa en ma het verteld?’
Ik knikte. Guido keek me strak aan en omhelsde me. ‘Hé… het komt allemaal goed. Maar weetje, dit is echt de uitkomst van mijn droom.’
Ik knikte weer. ‘Ik weet het…’ mompelde ik. ‘Jullie gaan, hè?’


‘Ja… als alles goed gaat wel, ja.’
‘Als alles goed gaat… dat klinkt zo gek…’
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, gewoon, het liefste zag ik dat jullie hier bleven. Maar ja… aan de andere kant vind ik het wel heel leuk voor jullie. Dus ja.’
Guido keek me ernstig aan. ‘Ik ben blij dat je het zo positief opvat.’
En toen, na een lange stilte: ‘Jij zou ook het liefste weggaan, hè?’
Ik kon niet praten door een dikke prop in mijn keel. Ik knikte, met die dikke keel. Waarom moest iedereen weg van wie ik hield? Waarom kon ik zelf niet weg?
‘Ik denk dat ik nog een keer wegga, ook.’
Guido knikte. ‘Het zat… nee, laat maar.’
‘Het zat?’ ik keek hem vragend aan. ‘Zeg maar.’
‘Nou ja…’ hij aarzelde. ‘Het zat eraan te komen.’
Ik schrok. Was het zo duidelijk, opvallend?
Guido glimlachte. ‘Rustig maar. Ik bedoel, als je jou relatie met ma ziet. Trouwens, die van mij met haar ziet er ook niet al te best uit.’


Het was weer lange tijd stil. Toen legde Guido zijn hand op mijn schouder. ‘Weetje, mocht het eens zo ver komen… kom dan alsjeblieft naar ons toe,’ smeekte hij.
Ik knikte. ‘Net als toen in het bos?’
‘Net als toen in het bos. Jij wilt het liefste gevonden worden. Toch?’
Was dat zo? ‘Ja.’
‘Het komt allemaal goed.’
‘Ik hoop het.’
‘Natuurlijk. Jij bent zo slim. En sociaal, ook. Het moet wel goed komen. Laat je niet op je kop zitten door ma.’
‘Nee, natuurlijk niet.’ Was dat zo? Natuurlijk niet? Ik had gelogen. Ik liet het wel op haar kop zitten. Ik vond het wel erg. Ik trok het me wel aan. Maar ik zei: “Natuurlijk niet.” Waarom deed ik dat? Waarom zei ik niet gewoon de waarheid?


Ach, de waarheid… die wist Guido ook wel. Hij wist heel goed hoe het tussen mij en ma zat.
‘Ik ga naar huis.’
‘Weet je het zeker?’
Verward keek ik hem aan. Wat bedoelde hij? Of ze wel naar huis ging, of wist hij niet of ze wel naar huis moest gaan?
Ach, wat maakte het ook uit. Ik stond op en liep door de keuken naar gang.
In de gang bekeek ik de foto van Guido, Nynke en de kinderen.
Wat lachte Elvira daar schattig… opeens sprongen me de tranen in de ogen. Ik kon maar niet voorstellen hoe over een poosje Gilan, Elvira en Sam daar in Afrika zouden zijn. Net als met Dominic. Ik wist totaal niet hoe het zou zijn als hij van school af was. En dat was al over zes maanden.
Verschrikkelijk.





Ik begon te tellen. Eerst de terugkeer uit Albanië. Twee: ruzie met Linde. De derde was Dominic. Dominic ging bijna weg uit mijn leven. En dan zou ik hem nooit meer zien. Niet aan denken[.i].
Vier… Guido en Nynke die naar Kenia gingen. Wéér een toevlucht minder.
De vijfde was papa, die steeds meer wegmoest. En dan was ik alleen met mama.
Wie had ik dan nog over? Familie. Mijn broers woonden allemaal op kamers – waarom was Ricardo niet gewoon thuis gebleven?
De zesde was Leonard. Leonard; hij had me echt geholpen. Steeds weer had hij me de moed ingesproken.
“Wees nooit bang voor de bal! Het is maar een bal. Wees hard. Je mag niet zacht spelen. Je mag geen medelijden hebben. Wees hard. Probeer op alle mogelijke manieren die bal af te pakken. Denk nergens anders aan, focus je op die bal. Die moet je hebben. Anders gaat het mis. Hard zijn. Laat je niet aan de kant duwen. Jij mag er zijn, jij moet er zelfs zijn. Jij bent iets waard, ook al weten anderen dat niet. Bewijs je zelf.”
Hij had dit tegen me gezegd toen ik was begonnen met voetballen. Ik kon er alles in kwijt. Al mijn emoties.


Na deze zinnen had hij nog wat gezegd: “Lief zusje… dit geld niet alleen voor die bal. Dat is maar een bal. Nee, ik heb het over het leven. Je mag nooit door iemand je leven laten afpakken.”
“Wees hard. Laat je niet aan de kant duwen. Jij mag er zijn.”
En nu was Leonard ook steeds weg. En dat was weer de schuld van mijn ouders. Ook hij had dat reizen van hen overgenomen. Het was zijn verslaving. Een keer had hij gezegd: “Als ik elke maand niet een keer in het buitenland ben geweest, stort ik in.”
En ik wist dat het zo was. Het liefst zou ik hem volgen. Met hem meegaan naar Azië, Amerika, Afrika.
Nou, en de rest van mijn familie?
Papa, altijd weg. Mama, ruzie. Guido, óók weg, samen met Nynke en zijn kinderen. Kevin. Kevin was altijd een beetje vreemde jongen. Heel rustig, maar hij maakte ook altijd ruzie met mijn moeder. Nog veel en veel erger dan ik.

Hij maakte ook ruzie met mijn vader. Het kon zo maar voorkomen dat we allemaal op onze kamer aten, omdat hij weer ruzie had gemaakt. Toen ik klein was, was ik altijd in elkaar gedoken en had mijn handen over mijn oren gelegd. Ik wilde het geschreeuw niet horen, maar ik hoorde het toch. Papa had Kevin eens heel hard geslagen. Stomme Kevin.
Leonard; altijd op reis. Evi… ook altijd ruzie. Hoewel, niet echt ruzie. We ontweken elkaar meer. Gewoon, negeren. En ik vond het prima zo. En Jurrian. Die was nog maar acht, daar had je niet zo veel aan.
Vrienden? Linde. En daar had ik ook al ruzie mee.
Plotseling viel het me op hoeveel ruzie ik wel niet had. Was dat normaal? Nee.
Kwam dat allemaal door mij? Dacht ik wanhopig. Was ik echt zo’n ruziemaker?
Nee, dit keer was het Lindes schuld geweest. Dit keer.
Wybren. Ja, dat was misschien nog wel de enige. Maar ja, bij Wybren kon je ook niet alles kwijt. Ik zou hem bijvoorbeeld nooit over Dominic vertellen.
En ook Wybren kon heel irritant zijn. Vooral als hij bij zijn vrienden was. Dan deed hij net alsof ik niet bestond.


Was dit mijn hele leven? Opeens besefte ik dat ik echt heel gemakkelijk weg zou kunnen. Niemand zou me zoeken. Toch?
Ik leefde in zo’n klein wereldje. Weggaan zou niets uitmaken. Mijn hele wereld bestond alleen uit… ja, uit wat eigenlijk?
Niets, helemaal niets.






Volgend hoofdstuk:
Hoofdstuk 11:
Gala en Linde

Overzicht verhalen
Informatie & voorwaarden
Home
Aanwezige users:


Niet ingelogd



Anno 2012
Pages created by nanny